Durven doen

Daar zitten ze dan: 15 deelnemers die je één voor één welkom hebt geheten bij binnenkomst. Ze hebben allemaal hun plaats ingenomen, de materialen liggen netjes klaar en je kunt beginnen. Je kijkt eens rond en ziet een deelnemer wat onderuitgezakt op zijn stoel zitten. Een andere deelnemer is zijn laatste tweets aan het lezen, de volgende bestudeert het langsrijdende verkeer en er zijn nog twee deelnemers met elkaar in gesprek over hun plannen voor het weekend. Sommigen bladeren wat in hun map en anderen kijken met een wat terughoudende blik naar het programma dat je met de beamer op het scherm projecteert. The floor is yours!

afbeeldingskaartjesJe kunt nu natuurlijk het gebruikelijke kennismakingsrondje doen. Je weet dat het prettig is als iedereen weet wie wie is, wat iedereen doet en waarom iedereen daar zit. Maar je weet ook dat zo’n rondje altijd langer duurt dan gepland en dat de aandacht verslapt, zodat men na de 5e deelnemer nauwelijks nog luistert.

Ik kies zelf liever voor een actievere vorm. Ik ben ervan overtuigd, dat deelnemers betrokken raken door te doen: activiteit creëert betrokkenheid. En betrokkenheid is direct gerelateerd aan motivatie. Bovendien is een goed-georganiseerde activiteit ook begrensd in tijd en in inhoud. Dit is prettig, omdat je precies weet hoeveel tijd de activiteit kost en omdat de deelnemers precies weten wat er van hen verwacht wordt. Afhankelijk van de samenstelling van de groep en de beginsituatie van de deelnemers kies ik voor een vorm die veel of weinig vrijheid voor eigen invulling geeft. Daarbij hou ik in mijn achterhoofd dat weinig vrijheid tevens veiligheid biedt aan deelnemers die liever eerst de kat uit de boom kijken.

Vorige week sprak ik met een obesitasverpleegkundige, die trainingen geeft aan patiënten. Ze begint haar trainingen altijd met een kennismakingsactiviteit, waarbij de deelnemers een kaart kiezen met een bepaalde afbeelding. Aan de hand van de afbeelding op die kaart vertellen ze iets over zichzelf. De reacties hierop zijn heel divers. Sommige patiënten vullen 10 minuten met allerhande informatie over zichzelf, terwijl andere patiënten weigeren iets te zeggen ten overstaan van de hele groep. Beide situaties zijn niet prettig. Maar hoe kan het anders?

Deze verpleegkundige zou kunnen kiezen voor een vorm die duidelijk is begrensd. De opdracht om ‘iets’ over jezelf te vertellen aan de hand van de afbeelding, is erg breed. Ze zou de opdracht kunnen herformuleren in: “Vertel in 2 zinnen (of in 1 minuut, of in maximaal 20 woorden, of..) waarom deze afbeelding bij jou past.” Verder zou ze kunnen kiezen voor een vorm, waarin men niet ten overstaan van de hele groep iets vertelt, maar bijvoorbeeld in tweetallen. De andere helft van het tweetal koppelt het daarna terug naar de groep. Dit is veiliger, omdat je over de ander vertelt i.p.v. over jezelf.

Nog mooier vind ik de vorm, waarin de deelnemers opstaan en naar iemand toelopen om elkaar de afbeelding met uitleg te overhandigen. Daarna zoeken ze iemand anders op om de afbeelding met uitleg van de ander te overhandigen. Dit proces kan zich een paar keer herhalen, waarna iedereen gaat zitten en om beurten de afbeelding met de bijbehorende toelichting aan de oorspronkelijke ‘eigenaar’ teruggeeft (dit levert vaak leuke situaties op). Deze oorspronkelijke ‘eigenaar’ mag de toelichting, indien nodig, corrigeren.

Het mooie is, dat door de fysieke activering er in de bovenkamer van alles geactiveerd wordt. Lichaam en geest komen samen in beweging. Bovendien zijn de deelnemers in deze werkvorm zowel met zichzelf als met de anderen bezig. Dit creëert onderlinge betrokkenheid. Het contact is in eerste instantie één-op-één, wat veel veiliger voelt dan spreken in een groep. Iedereen heeft en houdt zijn aandacht erbij: ze zullen wel moeten, ze moeten immers straks de afbeelding met toelichting teruggeven. En, last but not least, als je de toelichting in omvang beperkt (max. 1 zin, 2 zinnen, 20 woorden, etc.) weet je zeker dat deze activiteit niet langer duurt dan jij gepland hebt.

Al met al vind ik bovenstaande werkvorm een veel beter alternatief dan het traditionele kennismakingsrondje. Werkvormen zijn niet alleen een middel om de deelnemers naar de beoogde leerdoelen te begeleiden, ze zijn tevens een middel voor de trainer om de deelnemers bij de training te betrekken en om hen te motiveren. Om die reden maak ik in mijn trainingen heel bewuste keuzes voor de werkvormen die ik gebruik. Wie daar de vruchten van plukt? Zowel de deelnemers als ikzelf, een win-win-situatie dus.

 

Advertenties

Reageer

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s