Hoe je ervoor zorgt dat bij elke deelnemer het lampje gaat branden (werkvorm)

het lampje brandtEn? Al geprobeerd om je deelnemers een doelpunt te laten bepalen aan het begin van je training?

En toen? Doelpunten goed geïntegreerd in je training? Ging bij alle deelnemers het lampje branden?

Vorige week heb ik je in “hoge ogen gooien?” uitgelegd hoe je individuele doelen (zie ook: doelpunttechniek) eenvoudig integreert in jouw groepstraining. Ik heb je toen beloofd dat ik je voorbeelden zou geven van werkvormen, waarmee je de betreffende deelnemer concreet kunt betrekken op het moment dat zijn/haar individuele doel aan bod komt.

Welke werkvorm wel of niet geschikt is, hangt uiteraard in grote mate af van het doelpunt dat de deelnemer bepaald heeft. Vaak kiezen deelnemers doelpunten, die aansluiten bij ervaringen waarin zij handelingsverlegen waren. In zo’n geval is de werkvorm “lampjes branden” erg geschikt.

Bij “lampjes branden” draait het om die specifieke, liefst recente, ervaring van de deelnemer die dit onderwerp als doelpunt had gekozen. Die ervaring wordt als casus ingezet om ALLE deelnemers over het betreffende onderwerp te laten nadenken en ermee te laten oefenen.

Bij elke deelnemer gaat er tijdens deze werkvorm wel een lampje branden, en al die lampjes samen leveren de input voor het doelpunt van deze deelnemer. Jij als trainer voegt een brandend lampje toe door je leerstof in te voegen tijdens deze werkvorm.

Het werkt als volgt (en waar ‘hij’ staat mag je gerust ‘zij’ lezen):

  • De deelnemer die de casus inbrengt vertelt kort en bondig wat er gebeurde en beperkt zich daarbij tot de feiten. Hij vertelt (nog) NIET hoe hij reageerde, noch welke conclusie hij trok, noch hoe hij zich door/in deze situatie voelde.
  • Alle andere deelnemers noteren tenminste één vraag die zij hebben over de situatie. Dit moeten feitelijke vragen zijn over de situatie tot het moment van reageren door de deelnemer of over omstandigheden die relevant kunnen zijn. Bijvoorbeeld: wanneer kwam je erachter dat…? Welke afspraken hadden jullie vooraf gemaakt? Wie waren erbij aanwezig? Etc.
  • Alle deelnemers mogen om beurten hun vragen stellen, die door de betreffende deelnemer beantwoord worden. Er wordt nog steeds niet gesproken over hoe de deelnemer reageerde, hoe hij er zelf over denkt of hoe hij zich voelde door de situatie.
  • Laat de deelnemers in tweetallen nadenken over de situatie en hun visie daarop bespreken. Wat denken zij dat de kern van de zaak is? Wat is er volgens hen aan de hand? Welk lampje gaat er bij hen branden? Dit schrijven zij op.
  • Elk tweetal bedenkt vervolgens een ‘ideale reactie’ in deze situatie. Hoe zouden zij reageren als zij het helemaal zelf in de hand hadden? Ook deze ‘ideale reactie’ schrijven ze op.
  • De tweetallen vertellen om beurten plenair wat hun oplossing is. Dit is ook het moment, waarop jij als trainer je leerstof erin voegt => op het moment dat er iets gezegd wordt dat aansluit bij iets wat jij hen wilde leren, vul je dit aan met achtergronden vanuit de theorie.
  • Waardevolle aanvulling: laat een trainingsacteur aansluiten, die de oplossingen met de deelnemers uitspeelt om zo uit te proberen wat werkt en wat niet werkt. De ervaringen die deelnemers op deze manier opdoen hebben veel meer impact dan het uitsluitend bespreken van de casus en mogelijke oplossingen.
  • Als alle oplossingen gedeeld zijn bespreekt de groep de voor- en nadelen van verschillende oplossingen. Het is belangrijk, dat jij dit als trainer goed begeleidt, zodat het een onderzoekende, leerzame dialoog wordt, waaraan iedereen deelneemt.
  • Eventueel mag de deelnemer in kwestie hierna vertellen hoe hij gereageerd heeft. Dit is echter niet noodzakelijk. Laat de deelnemer zelf beslissen of hij dit wil vertellen.
  • Wat de deelnemer in kwestie in elk geval wél vertelt, is welke lampjes er bij hem zijn gaan branden. In hoeverre kijkt hij nu anders tegen die ervaring aan dan voor deze werkvorm? Hoe zou hij nu reageren als een vergelijkbare situatie zich nog eens voordoet?

Neem voor deze werkvorm voldoende tijd. Als je het zorgvuldig wilt aanpakken heb je zeker een uur nodig, maar liever nog (inclusief oefenen) anderhalf tot twee uur. Mijn ervaring is dat deelnemers deze werkvorm uitermate boeiend vinden en dat de tijd voorbij vliegt.

Ga jij hem uitproberen? Veel succes! Heb je aanvullingen, tips of opmerkingen? Laat deze hieronder in een reactie achter.

Vond je dit artikel waardevol? Deel het dan met andere trainers, voor wie dit ook waardevol kan zijn. Alvast bedankt!

Advertenties

Reageer

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s