Bouwstenen waarmee jouw deelnemers zeker scoren! (werkvorm)

bouwstenenLeerdoel voor je training uitgewerkt? Check

Trainingsonderwerpen uitgewerkt? Check

Mogelijke doelpunten uitgewerkt? Check

Planning voor je training uitgewerkt? Check

Activerende werkvorm gekozen om je deelnemers hun doelpunten te laten bepalen aan het begin van de training? Check

Activerende werkvormen gekozen, waarmee je je deelnemers in de kern van je training aan hun doelpunt kunt laten werken? Check ? Of vind je dat een lastige?

In dat geval: lees even verder, dan leg ik je uit wat ik bedoel met een ‘activerende werkvorm’ en geef ik je een voorbeeld van zo’n werkvorm (die je trouwens ook prima kunt koppelen aan stap 2 van de doelpunttechniek).

Met een ‘activerende werkvorm’ bedoel ik een werkvorm, die jouw deelnemers activeert, die hen in beweging brengt, die ervoor zorgt dat ze zelf aan de slag gaan.

Dit in tegenstelling tot dé werkvorm die door veel trainers nog steeds als belangrijkste werkvorm gebruikt wordt: het 123-tje. Het 123-tje is als volgt opgebouwd:

  1. Uitleg van een stuk achtergrondinformatie of theorie,
  2. een schriftelijke oefening of een kort overleg in kleine groepjes, waarbij de deelnemers de theorie vertalen naar hun eigen situatie,
  3. een plenaire terugkoppeling, waarin de deelnemers delen welke vertaalslag zij hebben gemaakt.

Het 123-tje begint met een stuk uitleg, waarbij de deelnemers niets doen. Ja.. ze doen wel wat.. ze luisteren. En met een beetje geluk luisteren ze actief. Maar dat is niet wat ik bedoel.

Heb je jezelf weleens afgevraagd of het nodig is om te beginnen met jouw uitleg? Of zou je het ook anders kunnen aanpakken?

Ikzelf vind het prettig om andersom te werken: eerst de deelnemers activeren, zelf laten doen, zelf laten nadenken, en daarna pas de theorie en achtergrondinformatie erin schuiven aan de hand van wat zij tegenkomen.

Eén van de werkvormen die ik daarvoor gebruik is de werkvorm ‘bouwstenen’. Deze werkvorm is bijzonder geschikt als je deelnemers inzicht wilt geven in de verschillende aspecten die met je trainingsonderwerp te maken hebben. Hij werkt als volgt:

  • Maak vooraf een lijst van de verschillende aspecten van het onderwerp en print deze lijst uit.
  • Knip elk aspect uit (zorg dus voor voldoende knipruimte in je lijst) en plak elk afzonderlijk aspect met een plakbandje op de zijkant van een duploblokje.
  • Eenmaal in de training verdeel je de duploblokken over de deelnemers.
  • Geef je deelnemers de volgende instructie: “Op elk duploblokje staat een aspect dat met dit onderwerp te maken heeft. Maak samen een bouwwerk waarin alle aspecten een plekje krijgen. De belangrijkste aspecten vormen samen de basis van het bouwwerk, daarboven geef je de andere aspecten een plekje, waarbij je let op het belang van het aspect en de samenhang tussen de aspecten.”
  • Je deelnemers worden nu letterlijk en figuurlijk geactiveerd: ze moeten opstaan en blokjes bekijken, ze moeten hun kennis en hun denkvermogen aanspreken om de blokjes te ordenen, en ze moeten samenwerken.
  • Er zal discussie ontstaan over de plaatsing van de blokjes. Als trainer volg je de discussie en stel je af en toe een vraag. Soms om argumenten uit te vragen, soms om je deelnemers aan het denken te zetten, en soms om een bepaalde deelnemer meer te betrekken.
  • Tip: heb je een deelnemer die het inzicht in dit onderwerp als doelpunt heeft gekozen? Geef hem/haar dan de opdracht om de verschillende argumenten en afwegingen goed uit te vragen aan de andere deelnemers.
  • Als het bouwwerk klaar is benoem je welke bouwstenen goed geplaatst zijn. Indien nodig kun je dit onderbouwen met de achtergrondinformatie en theorie over het onderwerp.
  • Daarna benoem je ook welke bouwstenen jijzelf op een andere plaats bedacht had. Licht dit toe vanuit de achtergrondinformatie en theorie over het onderwerp.
  • Beantwoord eventuele vragen en geef het bouwwerk een duidelijk zichtbare plaats gedurende de rest van je training.

Ga je deze werkvorm uitproberen? Dan wens ik je veel succes! Heb je tips, opmerkingen, aanvullingen of vragen? Die lees ik graag terug hieronder.

Vond je dit artikel waardevol? Deel het dan met andere trainers, bijvoorbeeld via Twitter, LinkedIn, Facebook of e-mail. Daar doe je hen en mij een groot plezier mee!

 

Advertenties

8 reacties op ‘Bouwstenen waarmee jouw deelnemers zeker scoren! (werkvorm)

  1. Floor Reeze 31/01/2013 / 15:06

    Dag Margreet,

    Een interessant artikel over de bouwstenen werkvorm. Zou je het in een concreet voorbeeld nog meer kunnen verhelderen, wat voor soort termen/aspecten moet ik aan denken, wat zet je op de blokjes?
    Ik hoor het graag, bij voorbaat dank voor je reactie.

    Floor Reeze
    Bureau Streefkerk

    Like

    • margreetpols 31/01/2013 / 16:21

      Dag Floor,

      Dat is een hele goede vraag! Wat er op de blokjes komt is uiteraard afhankelijk van jouw trainingsonderwerp. Ik kan dat niet voor jou invullen, maar ik kan je wel een paar voorbeelden geven:

      Ik heb deze werkvorm bijvoorbeeld een keer gedaan met de docenten van de Parkinsonvereniging, die cursussen geven aan patiënten en hun naasten. Doel was om inzicht te krijgen in de ziekte van Parkinson. Op de blokjes stonden voorbeelden van symptomen van de ziekte, van sociale verschijnselen en van gevoelens waarmee patiënten te maken krijgen, labels die op de verschillende aspecten geplakt kunnen worden (‘fysiek’, ‘cognitief’, ‘sociaal’, ‘emotioneel’, etc.), manieren om met de ziekte om te gaan (bijv. medicatie en behandelaars, maar ook gewone leeftips). Kortom: een wirwar van aspecten die met Parkinson te maken hebben. Door hier een bouwwerk van te maken werden alle aspecten gerubriceerd en ontstond er inzicht in de verschillende facetten van de ziekte en hun samenhang.

      Een ander voorbeeld: bij een studiedag voor zorgcoördinatoren in het VO en MBO zet ik de werkvorm in om alle taken van een zorgcoördinator inzichtelijk te krijgen. Ik zet dan op de blokjes hoofdtaken van een zorgcoördinator, én alle taken, competenties, vaardigheden, kennis en attitudes die bij die hoofdtaken horen.

      Nog een voorbeeld: bij een training over de doelpunttechniek noem ik aspecten die met de doelpunttechniek te maken hebben (de 3 stappen bijvoorbeeld), maar ook aspecten die in algemenere zin met trainersvaardigheden te maken hebben, zoals didactische aspecten, communicatieve aspecten, etc. Zowel de losse aspecten als de noemer waaronder je deze kunt rubriceren staan op elk hun eigen blokje.

      Maakt dit het duidelijker voor je? Laat het gerust weten als dat niet zo is.

      Groeten, Margreet

      Like

  2. Gpols 31/01/2013 / 16:05

    Ik ga nadenken hoe ik dit toe kan passen in mijn training. Geertien.

    Like

  3. Karolien Meersman 03/12/2013 / 15:38

    Hej Margreet, hij spreekt me ook erg aan, als ik
    er concreet wat mee doe, laat ik het je zeker weten. bedankt!

    Like

    • margreetpols 03/12/2013 / 23:11

      Leuk! Dan hoor ik het graag! (En graag gedaan natuurlijk…)

      Like

  4. Kick 05/06/2014 / 12:13

    geweldig idee. Ik heb de belangrijkste aspecten van mijn training projectmatig werken op kaartjes staan en ik vraag de groep de kaartjes aan het begin van de training, voordat ik ze met de theorie laat kennismaken, in de juiste volgorde te leggen. Maar met bouwblokken is natuurlijk veel leuker, visueel maar ook conceptueel. Ik ga aan het knippen en plakken 🙂

    Like

    • margreetpols 10/06/2014 / 21:49

      Haha, mooi hoor. Succes!

      Like

Reageer

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s