‘Je moet als trainer nooit je deelnemers motiveren’ – interview met Hans van Breukelen

Hans van Breukelen
Hans van Breukelen

Al maandenlang blog ik hier over de doelpunttechniek. En al maandenlang geef ik jullie input hierover vanuit mijn visie op trainen.

Zou het niet interessant zijn om daar eens een andere visie aan toe te voegen?

Bijvoorbeeld de visie van een trainer, die vroeger als belangrijkste doel had om doelpunten te voorkomen, en die tegenwoordig juist specialist is in het begeleiden van mensen en organisaties naar het behalen van hun doelen.

Ik heb het natuurlijk over dé doelman bij uitstek: Hans van Breukelen.

Afgelopen maandag heb ik hem geïnterviewd over het behalen van doelen:

Wat is er nodig om als topsporter je doel te bereiken? In hoeverre lijkt dat op hoe trainers doelen stellen en bereiken? En, last but not least, hoe motiveert Hans van Breukelen zijn deelnemers in zijn trainingen? (Zou hij ook de doelpunttechniek hanteren?)

Het werd een verrassend en inspirerend gesprek.

Ik had natuurlijk verwacht dat Van Breukelen het zou hebben over motivatie als belangrijkste peiler voor het bereiken van doelen. Maar hij opende het gesprek met de volgende uitspraak:

Je moet als trainer nooit je deelnemers motiveren.

‘Dit wordt een interessant gesprek’, dacht ik, waarna hij zijn uitspraak als volgt verder toelichtte:

Onder ‘motiveren’ versta ik dat jij als trainer motieven aanreikt om een ander zo gek te krijgen dat hij/zij datgene doet wat jij wilt. Als je dat wilt leren, dan moet je op een goochelcursus gaan en dan kun je met een enorme trukendoos terugkomen, maar op een gegeven ogenblik is die trukendoos leeg.

Ik zoek altijd naar hoe ik mensen kan inspireren en stimuleren, zodat zij zichzelf gaan afvragen wat hun drijfveren nou daadwerkelijk zijn en waar ze eigenlijk blij van worden.

Ik heb namelijk de filosofie: wanneer mensen lekker in hun vel zitten, zijn ze succesvoller in hetgeen zij doen.

Dit inzicht heeft ertoe geleid dat Van Breukelen zichzelf 2 dingen afvraagt.
Ten eerste: als dit de basis is om met meer plezier in het leven te staan en succesvol te zijn, is het dan niet vreemd dat we dit op geen enkele school leren?
En ten tweede: welke factoren spelen er een rol in het verschijnsel dat op sommige dagen werkelijk alles lukt en je dat plezier met anderen weet te delen?

Dat heeft geresulteerd in het boek dat ik geschreven heb: ‘winnen’. En dan is de definitie van ‘winnen’ voor mij: het maximale uit jezelf halen waaraan je heel veel plezier beleeft, en dat plezier met anderen weten te delen.

Van Breukelen vertelt dat hij altijd op zoek is naar manieren om ‘zijn persoonlijke plafond aan te tikken’ met al het plezier dat hij daarin heeft, en om dat met anderen te delen. Dat plezier draagt ertoe bij dat hij dat plafond makkelijker weet aan te raken. Daarom is hij altijd op zoek naar wat dat dan is, dat hem dat plezier geeft, en naar zijn drijfveren.

Maar vooral denk ik altijd: “wat vind ik nou het leukst?” En voor mij is het een grote kunst om dan te luisteren naar jezelf, naar je hart en je hart volgen.

Ik heb ooit deze definitie voor coachen gehoord: “Coachen is zorgen dat een ander zichzelf goed begrijpt.” Maar je bent ook coach van jezelf. Dus is het ook handig dat je jezelf heel goed begrijpt.

Volgens Van Breukelen zijn mensen zelf verantwoordelijk voor het plezier in hun leven en voor hun eigen geluk. En gelijk erachteraan zegt hij iets, dat daarmee wat tegenstrijdig klinkt:

Een uitspraak als “geluk dwing je af” vind ik de grootste onzin die er is, tenzij je dat herdefinieert als “succes dwing je af” óf “gelukkige momenten dwing je af”.

Van Breukelen legt uit, dat je jezelf een doel kunt stellen en een strategie kunt bepalen om dat doel te bereiken, en daarmee voor een groot gedeelte je eigen succes bepaalt. Ook legt hij uit dat je gelukkige momenten kunt afdwingen door met mensen die je lief zijn leuke dingen te gaan doen. Geluk en pech overkomen je, maar hoe je ermee omgaat bepaal je zelf.

Ik kreeg gaandeweg het gesprek de indruk dat Van Breukelen een grote nadruk legt op plezier en geluk, en dat hij het leven van dag tot dag leeft. Toch had ik via publicaties van en over hem, de indruk gekregen dat hij juist heel doelgericht werkte. Stelt hij zichzelf ook doelen?

Ik heb als grootste doel om iedere dag mensen aan het denken te zetten, in de hoop dat zij de keuze ontdekken om lekkerder in hun vel te zitten en daarmee succesvoller te zijn. Een ander doel is om elke dag iets leuks te doen, waardoor het een waardevolle dag wordt. Op het gebied van gezondheid stel ik mezelf ook doelen. Zo ontdekte ik vlak na de jaarwisseling tot mijn grote schrik dat ik best een aantal kilo aangekomen was. Dan maak ik een plannetje voor mezelf: stoppen met snoep graaien, meer bewegen, en beter op m’n voeding letten tot ik weer op m’n normale gewicht ben. Nu zijn we bijna 3 maanden verder en ben ik die extra kilo’s weer kwijt. En nog een doel: dit jaar wil ik mijn GVB (golfvaardigheidsbewijs) halen en ook daar maak ik een plannetje voor.

Van Breukelen vertelt hoe het jaar waarin hij de ommezwaai ‘van geboren verliezer tot gemaakte winnaar’ beleefde nog steeds de inspiratiebron is voor de dingen die hij nu doet.

Als mensen hun gemaakte keuzes niet doorzetten, vraagt Van Breukelen hen soms wanneer ze de daad bij het woord gaan voegen. Hij ervaart dat deze mensen dan geneigd zijn om uitvluchten te zoeken om het niet te hoeven doen: ik moet rekening houden met m’n hypotheek, ik heb ook nog een vrouw en kinderen, etc. In zulke gevallen zegt hij hen weleens: “Dan wens ik je heel snel een burn-out toe.”

Dat is niet rot bedoeld, maar komt voort uit de gedachte, dat mensen op de momenten dat ze echt in de put zitten bereid zijn om stappen te maken in hun leven. Dan denk ik: waarom zou je het zover laten komen?

Van Breukelen vertelt dat hij jaren geleden met verbazing naar een zwemtraining heeft gekeken en zich afvroeg wat daar nu leuk aan was: baantjes zwemmen met afwisselend een plankje in je handen of tussen je benen. De zwemmer in kwestie antwoordde dat het plezier hem zat in het grotere doel: elke training, en zelfs elke oefening, is een stapje op weg naar het realiseren van een groter doel zoals het winnen van een toernooi. Met andere woorden: als je gaat voor een bepaald doel zijn de stappen ernaartoe ook gemakkelijker te nemen. Werkt dat bij teams ook zo?

Als een team bepaalt dat het kampioen wil worden, willen dan alle spelers uit dat team ook kampioen worden? Je moet dan aan elke speler afzonderlijk vragen: Wil je kampioen worden? Hoe ga je dat doen? Heb je er alles voor over? Wat betekent dat voor jou? En wat betekent dat voor je collega’s, want die heb je nodig. Hoe ga je de kans vergroten dat je het maximale uit jezelf en anderen haalt? Dat bewustzijn is nodig.

Volgens Van Breukelen zijn er 5 elementen die belangrijk zijn bij jonge voetbaltalenten: concentratie, focus, omgaan met emoties, kunnen coachen van anderen en zelf coachbaar zijn. Voetbal is volgens hem eigenlijk een denksport:

Je hersenen sturen alles aan, je lijf is slaaf van je hersenen. In het voetbaldenken gaat het om taken, mogelijkheden en handelingen. “Als ik lekker in m’n vel zit, gebeurt het gedachtenloos”, zeggen veel topspelers. Ze hebben dan de juiste focus en komen in een flow.

Van Breukelen legt uit dat nevengedachten die niet in die 3 (taken, mogelijkheden, handelingen) zitten, dit proces onderbreken.

Dat noemen veel mensen een gebrek aan mentaliteit, maar als ik vraag naar de definitie van mentaliteit, dan krijg ik 1001 antwoorden. Het denken bepaalt het dus. En waar en hoe moet je denken?

De kunst is om ook het mentale element te trainen. Daar valt nog veel winst te behalen. Dit moet eigenlijk onderdeel zijn van een opleiding. Elke leerling, elke deelnemer is verantwoordelijk voor z’n eigen ontwikkeling. Als je dat wilt aanboren, moet je weten hoe je ze moet raken. Ik denk dat je mensen in beweging kunt krijgen als je weet wat mensen beweegt: iemand z’n drijfveren kennen.

Als Van Breukelen managers traint, vraagt hij hen vaak om iemand te noemen die hun grootste coach was, en waarom. Het waarom gaat meestal om zaken als betrokkenheid, aandacht, vertrouwen, verantwoordelijkheid, een open houding. Hij vraagt deze managers dan om te bedenken wat dit betekent in de rol die zij zelf hebben naar anderen toe.

Coachen is iemand in een stemming brengen. Dan moet je wel weten wat die drijfveren zijn, waardoor je de vinger op de gevoelige plek weet te leggen. Ik geloof er heilig in dat de kunst van coachen is mensen in beweging krijgen.

Ik zal je iets moois vertellen. In mijn trainingen vraag ik deelnemers ook: “Wanneer is de laatste keer dat je je partner verrast hebt met een bos bloemen?” Dat doen  ze vaak niet omdat hun partners er niet positief op reageren. Zo van: “Dat had je niet hoeven doen.” Of “Heb je iets goed te maken?” Of “Heb je die gekregen?” Als ik de training afrond vraag ik hen om  3 dingen op te schrijven als doel. Op een keer zei een deelnemer toen: “Als ik naar huis rij koop ik bloemen voor m’n vrouw. Die geef ik aan haar en dan vertel ik haar dat zij de grootste coach in mijn leven is.”  Dat doet zo’n man zelf, het enige wat ik doe is hem aan het denken zetten. Dat zijn mijn drijfveren, mensen aan het denken zetten.

Ik ben erg benieuwd hoe Van Breukelen dat nu aanpakt als hij een team moet trainen. Laat hij mensen hun eigen doelpunt bepalen? Of kiest hij voor een andere route? Hij blijkt er een vaste aanpak voor te hebben, die zeker raakvlakken heeft met de doelpunttechniek.

Voor hij met het team aan de slag gaat leest hij zich in in de missie, de visie en de kernwaarden van de organisatie. In de training zelf is de eerste stap om mensen bewust te maken van wie ze zijn. Hij laat hen onderzoeken wat het verschil maakt: hun kennis, hun kunde, hun vaardigheden, tactiek, persoonlijke strategie, normen en waarden, instelling. Dan vraagt hij hen om een soort missie-statement voor zichzelf te maken: waar wil jij voor gaan? Wat is jouw belangrijkste doel?

Dat lijkt een soort uitvergrote stap 1 van de doelpunttechniek: je deelnemers laten benoemen wat zij in jouw training willen leren. Waar het om gaat is, dat jouw deelnemers zelf aangeven wat voor hen belangrijk is. Daarvan komen ze in beweging.

Voor de volgende stap vliegt Van Breukelen Guus Hiddink altijd in met diens uitspraak: “Zorg voor een topsportklimaat waarin mensen mogen falen.” ‘Sport’ kun je vervangen door  een woord dat op deze organisatie van toepassing is (‘sales’, ‘onderwijs’, etc.). Om dat te bewerkstelligen moet je op 4 vlakken duidelijkheid creëren: doelstellingen, strategie om die doelstellingen te behalen, hoe gaan we met elkaar om en identiteit/imago. In dat kader plaatsen de individuele deelnemers hun missie-statement, zoals ik in stap 2 bij de doelpunttechniek de individuele doelen in m’n training integreer. Op mijn vraag of dat altijd goed gaat, antwoordt Van Breukelen:

Dat past tot nu toe altijd. Ik kan een richting aangeven, maar ik laat de inrichting aan de mensen zelf over. Dat is ook nodig als je draagvlak en commitment wilt. Het missie-statement voegt er een reflectie-element aan toe.

Wat opvalt in de werkwijze van Van Breukelen, is dat hij enerzijds heel pragmatisch te werk gaat: het gaat over het bereiken van doelen en wat daarvoor concreet nodig is. En anderzijds dat hij daarbij volop ruimte biedt aan drijfveren, beleving en gevoelens.

Dat is nodig om tot duurzaam succes te komen. Sla je dat over, dan werkt het alleen op de korte termijn.

Wat verder opvalt is dat Van Breukelen zichtbaar geniet van wat hij doet. Hij kan erover blijven vertellen, vult zichzelf steeds aan, brengt nuances aan in wat hij vertelt en laat mij geboeid luisteren. Dat boeiende zit niet alleen in wat hij vertelt. Het zit ook in de menskant: Van Breukelen is soms tijdens het vertellen opnieuw geraakt door de voorvallen waarover hij vertelt. Hij spreekt duidelijk vanuit zijn passie. Over drijfveren gesproken…

Advertenties

11 reacties op ‘‘Je moet als trainer nooit je deelnemers motiveren’ – interview met Hans van Breukelen

  1. Marieke Elgersma 21/03/2013 / 13:54

    Interessante uitspraken over faciliterend / dienend leiderschap. Belangrijk om daar aandacht voor te vragen omdat in de haast ongeduld vaak de boventoon voert en daarmee dus ook instruerend leiderschap dat vaak leidt tot minder duurzame oplossingen.

    Like

    • margreetpols 21/03/2013 / 16:49

      Helemaal mee eens, Marieke!

      Like

  2. Geertien 21/03/2013 / 17:46

    Wtat een mooi gesprek, pareltjes die ons zo toe komen rollen. bedankt Hans, Bedankt Margreet.
    Ik weet wel een methodiek die wordt getraind waar dit interview naadloos inpast. Ik zal hen hierop wijzen.
    Dankjewel,

    Like

    • margreetpols 21/03/2013 / 18:41

      Graag gedaan, Geertien, en mooi dat je het interview wilt delen met anderen voor wie het interessant is. Dankjewel daarvoor.

      Like

  3. simonlevelt 27/03/2013 / 10:14

    Met plezier en interesse gelezen. Een inspirerend interview!

    Like

  4. Dirk 15/10/2013 / 08:49

    Dat neem ik mee: ‘Voetbal is eigenlijk denksport’
    Wat een belevenis, zo’n interview. Bedankt.
    Dirk

    Like

Reageer

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s