Hoe zorg je ervoor dat elke deelnemer actief participeert bij een casusbespreking? Succes verzekerd met de werkvorm ‘hoge hoed’.

werkvorm hoge hoed om ook je introverte deelnemers actief te laten participeren in een casusbesprekingDat activerend trainen het leerrendement enorm kan vergroten weten de meeste trainers wel.

Dat activerend trainen de training voor zowel deelnemers als trainer leuker en energieker maakt is ook oud nieuws.

Maar hoe je dat dat in de praktijk doet, is soms een heel gepuzzel.

Op de 3 vuistregels die ik laatst publiceerde (en die ikzelf graag hanteer, omdat ze gewoon goed werken) kreeg ik veel reacties. Vooral van trainers, die het absoluut begrepen, maar die de vertaalslag soms nog lastig vinden.

“Hoe zorg ik er bij het bespreken van een casus voor, dat iedereen meedoet en niet alleen de deelnemers die het hoogste woord voeren?”, is een vraag die ik herhaaldelijk kreeg.

Dat is inderdaad een herkenbaar probleem: in elke groep zijn deelnemers, die snel reageren en deelnemers die wat terughoudender zijn in hun reactie. Dat verander je niet. Wat je wel kunt veranderen is de vorm die je gebruikt.

Zoek naar een vorm, waarbij iedereen bedenktijd heeft én waarbij iedereen een aandeel moet leveren.

Hoge hoed is een voorbeeld van een werkvorm die je daarvoor kunt gebruiken.

Hij gaat als volgt:

  • Breng een hoge hoed mee.
  • Geef elke deelnemer een werkblad, waarop de vragen die je hen wilt stellen over de casus genoteerd staan met onder elke vraag wat schrijfruimte. Bijvoorbeeld:
    • Wat zou je zeker NIET doen in deze situatie?
    • Wat zou je zeker WEL doen in deze situatie?
    • Wat zou je willen proberen in deze situatie?
  • Beschrijf de casus, ondersteund met kernwoorden op de beamer.
  • Geef de deelnemers bedenk- en schrijftijd. Hoeveel tijd je geeft is afhankelijk van hoe complex de casus is en welke vragen je stelt. Als je analytische vragen stelt (bijv.: Wat is volgens jou het kernprobleem in deze casus?) heb je meer tijd nodig. Anders volstaat een minuut of 10 zeker.
  • Vraag de deelnemers om hun werkblad ingevuld en opgevouwen in de hoge hoed te stoppen.
  • Hussel de werkbladen in de hoge hoed en laat elke deelnemer er één uithalen, maar niet hun eigen werkblad.
  • Zorg dat er op de flip-over een vel in 3 vlakken verdeeld is: een vlak met ‘DO’, een vlak met ‘DON’T’, en een vlak met een vraagteken.
  • Geef elke deelnemer wat post-its en laat hen daarop de antwoorden van de ander noteren.
  • Dan gaan de deelnemers de post-its op de flip-overplakken:
    • Antwoorden waarmee de betreffende deelnemer het eens is, worden in het betreffende vlak geplakt (NIET-antwoorden bij DON’T, WEL-antwoorden en probeerantwoorden bij DO).
    • Antwoorden waarmee de betreffende deelnemer het oneens is, of waarover hij/zij twijfelt, plakt hij/zij in het vlak met het vraagteken.
  • In de nabespreking focus je op de antwoorden in het vraagteken-vlak. Vraag een korte toelichting aan degene die het antwoord gegeven heeft en aan degene die het antwoord daar geplakt heeft. Tip: kies bewust of je dit beknopt wilt houden of juist uitgebreider wilt bespreken, en handel daarnaar.
  • De toelichtingen kun je aanvullen, onderbouwen of corrigeren met theorie en achtergrondinformatie over de trainingsinhoud, en vervolgens in het vak DO of DON’T plakken.

Ga jij hem uitproberen? En laat je dan in een reactie hieronder weten hoe dat ging? Veel succes!

Vond je dit artikel waardevol? Deel het dan met andere trainers voor wie dit ook waardevol kan zijn. Bijvoorbeeld via Google+, LinkedIn, Twitter of Facebook. Alvast bedankt daarvoor!

Advertenties

Reageer

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s